|
Terug naar de Antillen
In 1978 heb ik een tijd op Curaçao mogen wonen. Ik was negen jaar en ervoer daar een enorm gevoel van vrijheid. Op de dag dat we terugvlogen naar Nederland, fluisterde ik: “Ayo, ik kom terug”.
En ik kwam terug. Ruim twintig jaar later. Niet om er te wonen maar om vakantie te vieren. Samen met mijn man. Ik herkende veel van vroeger en ook weer niet. In mijn herinneringen was het leven op Curaçao rustig en eenvoudig. Op het Curaçao dat ik na twintig jaar aantrof, was het behoorlijk druk en modern geworden. De tijd had er niet stil gestaan. In mijn jeugd stond er niet op iedere hoek een fastfoodrestaurant of een resort. Maar ik ontdekte ook dat het leven op Curaçao nog steeds relaxed en houtje touwtje was. De dingen worden er praktisch opgelost zonder te veel materiaal of geld te spenderen. Werken met wat je hebt… niet met wat je niet hebt.
Na die vakantie ben ik vaker teruggeweest en in mij groeide de wens om mijn kinderen datzelfde gevoel van vrijheid mee te geven dat ik als kind ervaren heb. Een wens die ik deelde met mijn man. Want hij was al ‘om’ toen hij die eerste keer op Hato uit het vliegtuig stapte. Wij hielden onze ogen open voor een baan op Curaçao.
Het werd niet Curaçao maar Bonaire. "Weet je het wel zeker?” zeiden kennissen. “Het is zo klein en er wonen zo weinig mensen." En ja, Bonaire of Curaçao daarin zit echt wel een verschil. Maar wat kwam ik op Bonaire tegen? De ruimte en vrijheid van mijn jeugd. De rust en de eenvoud die ik kende van vroeger. Bonaire is als een jas die ik aantrek. En hij past. Natuurlijk zitten er hier en daar wat rafeltjes, maar dat maakt het juist mijn jas. Bonaire past bij ons en mijn kinderen zijn hier net zo gelukkig als ik was, toen in 1978 op Curaçao.
|
|