Bochincha | Curacao verhaal door Elodie Heloise | pagina 5 van 27

Bochincha

Ludmilla, Rosa en Nathalie zitten net aan de koffie als de kinderen binnenstormen. Geduw, getrek en luid geklets. Bochincha, noemt Ludmilla dat. Lawaai, tumult, kabaal. “Hallo, jullie zijn niet in een speeltuin,” roept Ludmilla. “Dit is de schoolbibliotheek.” Even is het iets rustiger. Rustig genoeg om Luigi boven alles uit te horen schreeuwen. “He Chino, schuif.” Rosa reageert als door een wesp gestoken. Ze laat de stapel boeken waar ze mee bezig is voor wat hij is en staat op. “Zeg, zo praat je niet tegen die jongen.” Het is meteen doodstil. Niemand van groep 8 durft zijn mond open te doen. Instant freeze van alle lippen. Ze kijken allemaal naar Luigi. Wat gaat hij doen? Luigi met z’n boka grandi en z’n buya. “Deze jongen,” gaat Rosa verder terwijl ze op de jongen met de spleetogen wijst. “heeft een naam. Hij heet Gwido. En als jij hem Chino noemt dan mag hij Afrikano tegen jou zeggen. Of erger: neger.” Luigi buigt het hoofd voor het boze oog van Rosa. “Nee, juffrouw, dat vind ik niet leuk.” Rosa is onverbiddelijk en gaat door. “Awèl. Hoe heet die jongen dan?” “Gwido, juffrouw,” fluistert Luigi. “Juist, En zo spreek je hem aan. Met zijn naam. Begrepen?” Rosa staat voor hem. Haar armen gekruist over haar borst. Haar oog prikt gaten in Luigi’s laatste restje stoerigheid. “Ja, juffrouw,” hakkelt de nu diep donkerrode Luigi. Stil blaast groep 8 de aftocht. Met een glimlachende Gwido helemaal voorop.
“E è, dat hebben we weer gehad. Dat heb je goed gezegd, Rosa,” zegt Nathalie als de rust is teruggekeerd. “Niet te geloven, wat die kinderen tegen elkaar zeggen,” bromt Ludmilla. “In een samenleving als de onze. Tsjk.” Rosa zucht vermoeid. “Weet je, als niemand er wat van zegt, dan blijft het zo. In de kiem moeten we dit soort dingen smoren.” Nathalie en Ludmilla knikken. “Zo is het,” zegt Nathalie. “Zeg, zal ik pastechi’s halen? Voor bij het tweede kopje.” “Lekker,” zegt Rosa. “Maar waar ga je? Toch niet bij die Portugees?”