Lamunchi no por daña promèntè | Uitdrukking in Papiamentu door Roy Evers

Lamunchi no por daña promèntè

Voor dit spreekwoord moeten wij naar de Curaçaose keuken, of beter gezegd naar de Curaçaose eetgewoonten. Anders dan bij andere volkeren, Indonesië, Thailand, Mexico, wordt het Curaçaose eten nooit heet (pittig) bereid. De peper wordt aan tafel toegevoegd. Maar ook bijna nooit alleen de peper. Meestal worden uitjes klein gesneden samen met de peper op azijn gezet. Een theelepeltje van deze pika wordt op het bord naast het eten gezet om het smaak te geven.

De soep wordt met veel vet voorbereid. Vaak heeft het vlees waarmee de soep bereid wordt, zelf ook veel vet. Dus dubbelop. Om het vet te ‘breken’ perst men een stukje limoen uit in de soep. Hierbij krijgt de soep een lichtzure smaak.
In afwijking tot het bovenstaande over de pika, doet men in de soep wel een stukje peper. Dus limoen en peper.

Lamunchi no por daña promèntè. Letterlijk zegt het spreekwoord: limoen kan de smaak van peper niet bederven. Met andere woorden, peper heeft een sterkere smaak dan limoen.
En dit betekent het ook: Wie een sterk karakter heeft, wordt niet tegen zijn wil in het verderf gestort.